Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 november 2011
Alinea 67 Rechtbank Amsterdam 17 november 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 november 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BV5646.
4.7. Bij de beoordeling stelt de voorzieningenrechter voorop dat het onderliggende geschil een geschil betreft tussen een Russisch onderdaan, [A], die tevens woonachtig is in de Russische Federatie, enerzijds, en een vennootschap naar Russisch recht, NLMK, die is gevestigd in de Russische Federatie, anderzijds. Het gaat inhoudelijk om een geschil over de verkoop van een Russische onderneming. Partijen hebben in de overeenkomst die aan die verkoop ten grondslag ligt, gekozen voor Russisch recht en zich vrijwillig onderworpen aan arbitrage in de Russische Federatie door een Russisch arbitraal college. Dit betekent ook dat partijen zich hiermee tevens (vrijwillig) hebben onderworpen aan de Russische gewone rechter waar het de mogelijke vernietiging van het arbitraal vonnis betreft en dat de Russische gewone rechter (in dit geval het Arbitration Court te Moskou) de competent authority is als bedoeld in artikel V lid 1 onder e van het Verdrag van New York 1958, hetgeen door partijen ook niet wordt betwist. Zo bezien speelt het geschil zich in beginsel volledig af binnen de Russische rechtssfeer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bdcc2e63b0b6f5a189e0591e711f2108a5b7efc86c78d962eecf10d1107bd38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bdcc2e63b0b6f5a189e0591e711f2108a5b7efc86c78d962eecf10d1107bd38, en de alinea staat in dat document op bytes 19058 tot 20179.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bdcc2e63b0b6f5a189e0591e711f2108a5b7efc86c78d962eecf10d1107bd38 | shasum -a 256