Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 november 2011
Alinea 72 Rechtbank Amsterdam 8 november 2011
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 november 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BW2575.
4.33. Uit het voorgaande volgt dat het door EMS gevoerde verweer tegen de vordering niet kan slagen. De Belastingdienst heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang bij haar vordering heeft in verband met het tijdig kunnen opleggen van een (zogenaamde) primitieve aanslag. Dat toewijzing van de vordering een onomkeerbaar gevolg met zich brengt, leidt volgens vaste jurisprudentie niet tot de conclusie dat deze in kort geding niet toewijsbaar is. De vordering is derhalve toewijsbaar. Nu partijen zijn overeengekomen dat ingeval van toewijzing van de vordering nader overleg zal plaatsvinden omtrent de exacte omvang van de te verstrekken informatie en over een regeling omtrent vernietiging van niet voor het beoogde doel te gebruiken gegevens zal de zaak pro forma worden aangehouden tot 1 december 2011. Op deze datum kunnen partijen de voorzieningenrechter berichten of zij in onderling overleg tot een regeling zijn gekomen en zo ja, of en zo ja op welke wijze zij die regeling in een vonnis willen zien vastgelegd dan wel een nadere behandeling noodzakelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f94bcad9203bba6aee219afc3d4000403cb23f3056449d71507aa14c41475416. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f94bcad9203bba6aee219afc3d4000403cb23f3056449d71507aa14c41475416, en de alinea staat in dat document op bytes 28442 tot 29545.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f94bcad9203bba6aee219afc3d4000403cb23f3056449d71507aa14c41475416 | shasum -a 256