Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 januari 2012

Alinea 114 Rechtbank Amsterdam 19 januari 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 januari 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1327.

In het onderhavige geval is de situatie in die zin anders dat de rechtbank, blijkens het onder 1, 2 en 5, bewezenverklaarde, van oordeel is dat de verdachte zijn beledigende uitlatingen mede en – door adressering van de e-mails aan haar – in het bijzonder tegen de benadeelde partij heeft gericht. Gelet op de geformuleerde overweging van de Hoge Raad is derhalve in het onderhavige geval wel sprake van een rechtstreeks verband tussen de bewezenverklaarde feiten en de schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc80e6d0237724cfc960defafd0967c9702d7eeb24c4a88eda13174c37c27fce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc80e6d0237724cfc960defafd0967c9702d7eeb24c4a88eda13174c37c27fce, en de alinea staat in dat document op bytes 39730 tot 40225.