Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 januari 2012
Alinea 56 Rechtbank Amsterdam 19 januari 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 januari 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1327.
In de eerste plaats dient te worden beoordeeld in hoeverre de uitlatingen, op zichzelf beschouwd, beledigend zijn voor een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke psychische of verstandelijke handicap. Hierbij wordt gekeken naar de feitelijke bewoordingen, als ook naar de samenhang met de rest van de tekst. Om te beoordelen of een uitlating woordelijk beledigend is, dient een objectieve toets plaats te vinden: is de uitspraak naar algemeen spraakgebruik beledigend. De Hoge Raad heeft overwogen dat een uitlating beledigend is wanneer zij de strekking heeft een ander bij het publiek in een kwaad daglicht te stellen. Bovendien moet de uitlating over een groep mensen en haar kenmerk gaan. Het beledigen van een groep mensen wegens hun godsdienst valt alleen onder art. 137c Sr als men de mensen behorend tot die groep collectief treft in hetgeen voor die groep kenmerkend is, namelijk in hun godsdienst, en men hen beledigt juist omdat zij van dat geloof zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat deze overwegingen in dezelfde mate gelden voor ras, seksuele gerichtheid of handicap.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc80e6d0237724cfc960defafd0967c9702d7eeb24c4a88eda13174c37c27fce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc80e6d0237724cfc960defafd0967c9702d7eeb24c4a88eda13174c37c27fce, en de alinea staat in dat document op bytes 21069 tot 22253.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc80e6d0237724cfc960defafd0967c9702d7eeb24c4a88eda13174c37c27fce | shasum -a 256