Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 februari 2012

Alinea 32 Rechtbank Amsterdam 15 februari 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 februari 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV6356.

“(…) De heer [gedaagde], mijn cliënt, heeft altijd voor de betaling van de huurpenningen zorg gedragen. In eerste instantie via zijn tante, maar nu dit problemen opleverde, is mijn cliënt al snel rechtstreeks de huurpenningen gaan betalen. Hetgeen uit de bankafschriften blijkt. Medio 2009 is de oorspronkelijke huurster, mevr. [huurster] uit de woning vertrokken. Onbekend met de materie, heeft mijn cliënt informatie ingewonnen bij uw organisatie hoe verder te handelen. Daar is hem, vreemd genoeg, door ene mevrouw [naam], te kennen gegeven dat alleen het aanvragen van “huisbewaring i.v.m. remigratie” tot de mogelijkheden behoorde. (…) Mijn cliënt is medio 2009 op het verkeerde been gezet door een medewerkster van uw organisatie. Wat had moeten gebeuren was een afhandeling conform artikel 266 boek 7 BW (medehuur en voortzetting van de huur), waarbij mijn cliënt dan ook alsnog gebruik van wenst te maken. Voortzetting van de huurovereenkomst is mogelijk nu mijn cliënte vanaf 2007 middels een gezamenlijk huishouden in de woning verbleef en uw organisatie daarvan op de hoogte was nu u de huurpenningen altijd van mijn cliënt heeft ontvangen en gehouden. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea83e06e76f09c2b5fcdeacef00989c2d5cb8804c53c2c7e81395fc1a07973cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea83e06e76f09c2b5fcdeacef00989c2d5cb8804c53c2c7e81395fc1a07973cb, en de alinea staat in dat document op bytes 10358 tot 11560.