Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 februari 2012

Alinea 42 Rechtbank Amsterdam 15 februari 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 februari 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV6356.

3.3. [gedaagde] voert – samengevat – het volgende verweer. [gedaagde] stelt primair dat huisbewaring gelijk moet worden gesteld met onderhuur en dat Stadgenoot, door de huisbewaring met zes maanden te verlengen, voortzetting van de onderhuur heeft gedoogd. [gedaagde] stelt subsidiair dat sprake is van medehuur. De vraag van [gedaagde] is van meet af aan duidelijk geweest, namelijk dat hij de woning wilde blijven bewonen omdat hij met zijn gezin (nog) niet in aanmerking kwam voor andere woonruimte. Die concrete vraag had door Stadgenoot uitgelegd moeten worden als de vraag om hem als medehuurder te beschouwen. [gedaagde] is met zijn gezin bij zijn tante in de woning gaan wonen en op dat moment was er nog geen sprake van een vooruitzicht dat zijn tante de woning zou verlaten. De beslissing samen de woning te betrekken was dan ook gericht op een duurzame samenleving. De feitelijke situatie is aldus dat er sprake was van een duurzame samenleving en pas later, in 2009, kwam de beslissing van de tante om de woning te verlaten. [gedaagde] heeft van Stadgenoot begrepen dat hij in de woning mocht blijven wonen en het had op de weg van Stadgenoot gelegen om het verschil tussen huisbewaring en onderhuur aan hem duidelijk te maken. [gedaagde] stelt meer subsidiair dat, als er al sprake is van huisbewaring, Stadgenoot ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de gewijzigde omstandigheden. Deze wijziging betreft dan vooral dat inmiddels aan [gedaagde] urgentie is verleend, waardoor Stadgenoot de zekerheid heeft dat hij op korte termijn de woning zal verlaten. Ook speelt mee dat [gedaagde] een gezin met jonge kinderen heeft, dat niet zomaar op straat kan worden gezet. Daarnaast doet [gedaagde] uitdrukkelijk een beroep op de reflexwerking van artikel 287b van de Faillissementswet (Fw). Indien de gevraagde ontruiming wordt toegewezen, heeft dit naar alle waarschijnlijkheid mede tot gevolg dat de toepassing van de WSNP wordt beëindigd. Dat is een onevenredig zwaar gevolg voor [gedaagde]. [gedaagde] verzoekt de huisbewaring dan ook voort te zetten, totdat de eerste aan hem aangeboden woning daadwerkelijk voor hem beschikbaar komt. Stadgenoot heeft verder zonder enige motivering of grond veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 468,33 per maand vanaf 1 januari 2012 gevorderd. [gedaagde] heeft de huur altijd trouw betaald en dat doet hij nog steeds. Daarmee ontbreekt elke grond om [gedaagde] tot betaling te veroordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea83e06e76f09c2b5fcdeacef00989c2d5cb8804c53c2c7e81395fc1a07973cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea83e06e76f09c2b5fcdeacef00989c2d5cb8804c53c2c7e81395fc1a07973cb, en de alinea staat in dat document op bytes 15656 tot 18129.