Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 februari 2012

Alinea 75 Rechtbank Amsterdam 17 februari 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 februari 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV7192.

4.8. Met betrekking tot de ingebrekestelling overweegt de rechtbank ten slotte het volgende. Bij bestreden besluit 1 heeft verweerder 1 de te betalen dwangsom aan eiseres vastgesteld op € 100,-. Daarbij heeft verweerder 1 overwogen dat eiseres alleen hem in gebreke heeft gesteld en niet de overige twee verweerders. In het verweerschrift komen verweerders hier op terug. Bij brief van 27 juni 2011 heeft verweerder 2 de door haar aan eiseres te betalen dwangsom vastgesteld op € 220,-. Door de gemachtigde van verweerder 3 is ter zitting verklaard dat ook verweerder 3 de dwangsom heeft vastgesteld op € 220,-. Het belang van eiseres in handhaving van deze beroepsgrond is gelegen in de vergoeding van de proceskosten. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen aanleiding het beroep om deze reden gegrond te verklaren. Eiseres heeft erkend dat zij haar schrijven van 29 november 2010 heeft gericht aan de gemeente Amsterdam. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gezegd dat eiseres met dit schrijven de afzonderlijke bestuursorganen in gebreke heeft gesteld. Het enkel vermelden van de besluitnummers in de aanhef acht de rechtbank hiertoe niet voldoende. Dat verweerders uit coulance zijn overgegaan tot het betalen van de dwangsom, maakt niet dat het beroep op dit punt gegrond is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a84f86f40d088838eac4e0623e7278fa12b46a401b5308ca521c93c1d90f493. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a84f86f40d088838eac4e0623e7278fa12b46a401b5308ca521c93c1d90f493, en de alinea staat in dat document op bytes 27137 tot 28457.