Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012
Alinea 111 Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9075.
Op 8 november 2010 belt [broker] naar [medeverdachte 2] dat 50 is gedaan. Ook zegt hij dat het nu 1 5 wordt, waarmee de koers van 1,05 wordt bedoeld. [medeverdachte 2] zegt dat er vijf bovenop moet, waardoor de koers 1,10 wordt. Even later belt [medeverdachte 2] met [broker] dat de man moet opschieten, want een andere man belt hem steeds wat er is gebeurd. [medeverdachte 3] belt vervolgens met [broker] en vraagt hem wat is gebeurd. [broker] zegt dat de man moet opschieten. Kennelijk zijn er problemen met de levering. [medeverdachte 2] wordt dan door iemand uit Pakistan gebeld die zegt dat hij een bericht gaat sturen naar de Marokkaanse jongen. Ook zegt hij dat [medeverdachte 2] de 55 moet nemen. Uit verdere gesprekken blijkt dat [naam 4] kennelijk degene is die het geld aan [medeverdachte 2] moet geven, maar dat hij in het ziekenhuis ligt. Op 9 november belt [medeverdachte 2] met [broker] dat hij de 55 heeft ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27, en de alinea staat in dat document op bytes 57361 tot 58307.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27 | shasum -a 256