Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012
Alinea 119 Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9075.
[medeverdachte 2] heeft op 26 november 2010 opnieuw contact met [broker] en zegt tegen [broker] dat hij een kleine voor Lahore, waarmee Londen wordt bedoeld, moet sturen. Even later wordt [medeverdachte 2] gebeld door [broker] en [medeverdachte 2] zegt tegen hem dat hij op de partij zit te wachten. [broker] deelt mee dat het wat langer duurt in verband met het vrijdaggebed. Om 14:17 uur belt [medeverdachte 2] met een man in Pakistan. Deze man zegt tegen [medeverdachte 2] dat hij het over vijftien minuten kan halen en dat het 4138 is. Kort daarop ontvangt [medeverdachte 2] een sms van [broker] met daarin een tokennummer bestaande uit onder andere een Engels telefoonnummer. [medeverdachte 2] wordt vervolgens gebeld door [broker] of hij het sms-bericht heeft ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27, en de alinea staat in dat document op bytes 60515 tot 61305.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27 | shasum -a 256