Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012
Alinea 40 Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9075.
Ten aanzien van alle ten laste gelegde transacties geldt dat onduidelijk is dat het om geld ging. Ook is onduidelijk wat de grootte en valuta van het eventuele geldbedrag waren. Tevens kan niet worden vastgesteld dat verdachte bij deze transacties direct of als medepleger betrokken was. Ook kan niet worden vastgesteld dat het geld een criminele herkomst had of dat verdachte hiervan op de hoogte was, althans dit redelijkerwijs had moeten vermoeden. Dit geldt ook voor de geldbedragen die bij verdachte en zijn medeverdachten in hun woningen en bij hun fouilleringen zijn aangetroffen. Ten aanzien van het geld dat in de wasserette is aangetroffen, kan bij verdachte niet met een voldoende mate van zekerheid opzet of wetenschap worden vastgesteld ten aanzien van de aanwezigheid van het geld. Verdachte dient dan ook hiervan te worden vrijgesproken. Verder bestaat het geld dat in de woning van verdachte is aangetroffen, uit spaargeld van verdachte en het geld dat verdachte heeft geleend in Pakistan. Ook heeft hij een deel ingezameld bij derden om Pakistan na de overstroming te helpen op te bouwen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27, en de alinea staat in dat document op bytes 15777 tot 16896.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27 | shasum -a 256