Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012
Alinea 65 Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9075.
Uit de onderschepte transacties van 27 oktober en 8 november 2010 valt het volgende af te leiden. De geldbedragen van € 74.000,- en € 119.850,- bleken, nu deze geldbedragen samen met verdovende middelen en zelfs een wapen werden aangetroffen, bestemd te zijn voor in Nederland wonende criminelen die zich met verdovende middelen bezig hielden. De criminelen die dit geld via deze transacties hebben ontvangen, zijn Engelsen. Tussen Engeland en Nederland kan echter voor het overmaken van geld eenvoudig gebruik worden gemaakt van het normale bankverkeer. Daarnaast zijn de verkrijgers van het geld niet gevestigd in een land waar het bankwezen tekort schiet en het nuttig is gebruik te maken van hawalabankieren. Tevens is niet gebleken dat het geldbedrag afkomstig is van een land dat aangewezen is op hawalabankieren. Dit is anders dan bij landen zoals Pakistan en India. In die landen wordt vaker gesteund op hawalabankieren, omdat het bankverkeer daar gebrekkig is. Dit alles wijst erop dat de overdracht van geld in Nederland aan een persoon van Britse nationaliteit in contanten door tussenkomst van het informele bankkantoor aan de Javastraat een transactie inhoudt die het daglicht niet kan verdragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27, en de alinea staat in dat document op bytes 33188 tot 34415.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2dbcd1a429b950156f00fbe1580ff29f9b6ddc6dd896c497e9cfda0b7d3e8c27 | shasum -a 256