Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 maart 2012

Alinea 78 Rechtbank Amsterdam 28 maart 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW1180.

5.1. Heli voert in de eerste plaats tot verweer aan dat afwijzing van een vordering bij een eerder vonnis op zichzelf beschouwd nooit tot verwerking kan leiden van het recht om deze vordering opnieuw op dezelfde gronden in te stellen. Ook voor het overige kan volgens haar van rechtsverwerking geen sprake zijn, reeds omdat Heli zelf en het grootste deel van de Materiële Eisers geen partij zijn geweest bij de gevoerde procedure in Den Haag en zij niets hebben gedaan waardoor het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat in deze procedure hun rechten geldend worden gemaakt. Voor zover Joacc c.s. zich hebben willen beroepen op het gezag van gewijsde dat aan de Haagse vonnissen toekomt, geldt dat het gezag van gewijsde hier niet in de weg staat aan toewijzing van het door Heli gevorderde. Bovendien zou het aanmerken van Heli als ‘partij’ bij de Haagse procedure in de zin van artikel 236 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een onaanvaardbare uitbreiding van het gezag van gewijsde betekenen jegens een partij die geen onderdeel van de procedure is geweest en zich daartegen niet in rechte heeft kunnen verweren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46356b6058ef05391bff9cac7a86f5c215e085b904cb240d30702e128faf3c8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46356b6058ef05391bff9cac7a86f5c215e085b904cb240d30702e128faf3c8c, en de alinea staat in dat document op bytes 14501 tot 15687.