Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 maart 2012
Alinea 39 Rechtbank Amsterdam 21 maart 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4373.
3.4. Voorts gaat de rechtbank voorbij aan het verweer van Ontvanger voor zover het ertoe strekt dat het betekeningsexploit onjuist is betekend nu het -kort gezegd- is gelaten aan een onbevoegd persoon. Nu tussen partijen niet in geschil is dat het exploit op het juiste door Ontvanger in het dwangbevel opgegeven adres (belastingkantoor) is betekend, had het op de weg van Ontvanger gelegen nadere feiten en omstandigheden te stellen die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat [X] Speelautomatenexploitatie er niet op mocht vertrouwen dat zij het exploit mocht laten aan de zich aldaar bevindende receptie van Ontvanger. Bovendien heeft te gelden dat Ontvanger niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij tengevolge daarvan in zijn verzetmogelijkheid is geschaad dan wel bemoeilijkt op een wijze die aan het (tijdig) opstellen van een verzetdagvaarding in de weg heeft gestaan. In dit verband heeft Ontvanger evenmin inzichtelijk gemaakt wanneer en op welke wijze hij uiteindelijk kennis heeft genomen van het verstekvonnis en waarom hij pas op 8 november 2011 tot betekening van zijn verzetdagvaarding is overgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3217dd3f5dbab5d7d7bd5136410d3b0ba90d5af5d9aa4009ef390660bdcd7a10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3217dd3f5dbab5d7d7bd5136410d3b0ba90d5af5d9aa4009ef390660bdcd7a10, en de alinea staat in dat document op bytes 11444 tot 12569.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3217dd3f5dbab5d7d7bd5136410d3b0ba90d5af5d9aa4009ef390660bdcd7a10 | shasum -a 256