Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 mei 2012
Alinea 39 Rechtbank Amsterdam 21 mei 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 mei 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6148.
Er was wel een redelijk vermoeden van schuld en het was redelijkerwijs aannemelijk dat een doorzoeking bij kon dragen aan de waarheidsvinding. [verdachte] mocht daarom om toestemming worden gevraagd. Iedere bewoner kan toestemming geven tot doorzoeking. In casu is de toestemming niet alleen door [verdachte], maar ook door zijn echtgenoot en medebewoner van de woning, [echtgenoot van verdachte], gegeven. De stelling van de verdediging dat als een verdachte aangeeft gebruik te willen maken van zijn consultatierecht, hem geen toestemming tot doorzoeking mag worden gevraagd, vindt geen steun in de rechtspraak van het EHRM. In de zaak Öner vond het Hof dat de verdachte recht had tot toegang tot een raadsman voorafgaand aan een identificatiecontrole. Verdere conclusies zijn uit dit arrest niet af te leiden, zo meent het OM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1641b8b0ba95b698d962f589702b66055cc96080445f7dc169c9916958e2d64d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1641b8b0ba95b698d962f589702b66055cc96080445f7dc169c9916958e2d64d, en de alinea staat in dat document op bytes 16252 tot 17096.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1641b8b0ba95b698d962f589702b66055cc96080445f7dc169c9916958e2d64d | shasum -a 256