Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 mei 2012

Alinea 45 Rechtbank Amsterdam 21 mei 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 mei 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6148.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of deze situatie anders is indien een verdachte voorafgaand aan de vraag naar de toestemming tot de doorzoeking heeft medegedeeld gebruik te willen maken van zijn consultatierecht. De rechtbank is, met het OM, van oordeel dat noch in de heersende leer en evenmin in de jurisprudentie van het EHRM steun is te vinden voor de stelling dat de verdachte van zijn consultatierecht gebruik mag maken voorafgaand aan een doorzoeking, ook niet als hij uitdrukkelijk heeft aangegeven van dit consultatierecht gebruik te willen maken. Het arrest Öner waarnaar de verdediging verwijst ziet op de situatie waarin een verdachte recht had tot toegang tot een raadsman voorafgaand aan een identificatiecontrole. Voor deze identificatiecontrole was in die casus de aanwezigheid en medewerking van de verdachte vereist. Dit is in de onderhavige zaak niet het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1641b8b0ba95b698d962f589702b66055cc96080445f7dc169c9916958e2d64d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1641b8b0ba95b698d962f589702b66055cc96080445f7dc169c9916958e2d64d, en de alinea staat in dat document op bytes 18665 tot 19573.