Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 mei 2012
Alinea 46 Rechtbank Amsterdam 21 mei 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 mei 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6148.
Ten aanzien van de toestemmingsverklaringen van [verdachte] en [echtgenoot van verdachte] overweegt de rechtbank dat uit de stukken niet van enig gebrek aan de toestemmingverklaring van [echtgenoot van verdachte] blijkt. Voorts is uit de stukken niet af te leiden dat de toestemming van [verdachte] voor een huiszoeking voorwaardelijk was. Het feit dat [verdachte] zijn toestemming gaf nadat hij ervan op de hoogte was geraakt dat [echtgenoot van verdachte] al toestemming had gegeven, doet hieraan niet af. Verdachten hebben beiden zelfstandig en ondubbelzinnig toestemming verleend tot de doorzoeking van de echtelijke woning. De politie heeft hen, blijkens het proces-verbaal van doorzoeking, nadrukkelijk op het doel van de doorzoeking gewezen. Verdachte en zijn echtgenoot [echtgenoot van verdachte] waren er dus van op de hoogte dat de doorzoeking zich met name zou richten op de aanwezigheid van voorwerpen die vatbaar waren voor beslag en betrekking hadden op misdrijven tegen de zeden. Bovendien was aannemelijk dat een doorzoeking, gelet ook wat onder meer op de afbeelding van [kind 1] te zien was, aan de waarheidsvinding zou kunnen bijdragen. Het initiatief tot en het vervolgens uitvoeren van een doorzoeking was in dat licht ook een proportioneel middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1641b8b0ba95b698d962f589702b66055cc96080445f7dc169c9916958e2d64d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1641b8b0ba95b698d962f589702b66055cc96080445f7dc169c9916958e2d64d, en de alinea staat in dat document op bytes 19611 tot 20893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1641b8b0ba95b698d962f589702b66055cc96080445f7dc169c9916958e2d64d | shasum -a 256