Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 april 2012

Alinea 41 Rechtbank Amsterdam 6 april 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 april 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8560.

5.3.2. De rechtbank stelt vast dat het EHRM in het arrest Šebalj niet in de vraag treedt of de door een raadsman gemaakte kosten voor verleende rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking komen, maar enkel beoordeelt of in het voorliggende geval sprake is van schending van artikel 6 van het EVRM. Anders dan eiseres meent, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het arrest Šebalj geen verder strekkend recht dan het hiervoor genoemde consultatierecht voorafgaand aan het politieverhoor. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de rechtspraak van het EHRM naar haar aard een sterk door de casus bepaald karakter heeft en dat een beslissing door het EHRM moet worden gezien in de context van de concrete klacht en de concrete feiten en omstandigheden van het geval, mede in het licht van de ter zake relevante nationale wet- en regelgeving.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7e49392cb959456ef23307080ed87b4668a9196b0f235ffbc1fa9afc63b1aa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7e49392cb959456ef23307080ed87b4668a9196b0f235ffbc1fa9afc63b1aa7, en de alinea staat in dat document op bytes 14281 tot 15147.