Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012

Alinea 32 Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW9154.

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan (feit 1 primair, maar niet met voorbedachten rade) en beroept zich daarvoor in het bijzonder op de herkenning door politieambtenaren van foto’s van verdachte (de politieambtenaren [politieambtenaar F] en [politieambtenaar G]) of door getuigen van een foto van verdachte, aan hen getoond in een zogenoemde FOSLO confrontatie (de getuigen [slachtoffer B], [slachtoffer A], [getuige D] en [getuige E]). Weliswaar kan op de bewijswaarde van enige van de herkenningen wel iets worden afgedongen, maar zij moeten in samenhang worden beoordeeld, terwijl tevens van belang is dat verdachte geen sluitend alibi heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4eeafa2e32db93a868d5803be444bba2515de1dc7757c127ad313512bc0eabc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4eeafa2e32db93a868d5803be444bba2515de1dc7757c127ad313512bc0eabc, en de alinea staat in dat document op bytes 9199 tot 9909.