Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012
Alinea 48 Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW9154.
3.3.4. Bij gebreke van enig ander bewijs komt het dus aan op de waardering van de hiervoor onder 3.3.2 genoemde herkenningen. Daarbij laat de rechtbank voorshands nog buiten beschouwing welke waarde moet worden toegekend aan de verklaringen van de getuigen die verdachte heeft voorgebracht om het door hem opgegeven alibi te ondersteunen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4eeafa2e32db93a868d5803be444bba2515de1dc7757c127ad313512bc0eabc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4eeafa2e32db93a868d5803be444bba2515de1dc7757c127ad313512bc0eabc, en de alinea staat in dat document op bytes 14610 tot 14961.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4eeafa2e32db93a868d5803be444bba2515de1dc7757c127ad313512bc0eabc | shasum -a 256