Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012
Alinea 58 Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW9154.
De meeste van deze invloeden werken op zodanige wijze dat ze de kans verhogen dat de getuige een keuze maakt uit de fotoconfrontatie, zelfs als de gekozen persoon niet identiek is aan de werkelijke dader. Daarom concludeert dr. Sauerland dat het bewijs dat voortkomt uit de identificatieverklaringen van de getuigen [getuige E] en [getuige D] minder betrouwbaar is, in zodanige mate dat zij de rechtbank niet kan aanbevelen een gerechtelijke beslissing hierop te baseren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4eeafa2e32db93a868d5803be444bba2515de1dc7757c127ad313512bc0eabc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4eeafa2e32db93a868d5803be444bba2515de1dc7757c127ad313512bc0eabc, en de alinea staat in dat document op bytes 18891 tot 19376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4eeafa2e32db93a868d5803be444bba2515de1dc7757c127ad313512bc0eabc | shasum -a 256