Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 juli 2012

Alinea 67 Rechtbank Amsterdam 11 juli 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 juli 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX1260.

De vraag dient daarom beantwoord te worden of Egelinck in haar vordering kan worden ontvangen. Daaromtrent overweegt de kantonrechter het volgende. In de eerste plaats is er voor de gevallen waarin de verhuurder een huurverhoging wenst een in beginsel exclusieve rechtsgang voorgeschreven, zoals neergelegd in de art. 7:252-252 BW jo. art. 7:262 BW. In deze rechtsgang ligt besloten dat na de beslissing van de kantonrechter op grond van art. 7:262 lid 2 BW in beginsel geen hoger beroep meer open staat. Voorts volgt uit de art. 7:246 t/m 7:262 BW als wettelijk uitgangspunt dat een overeengekomen huurprijs tussen partijen van kracht is, zolang niet anderszins door de huurcommissie en eventueel de kantonrechter is beslist. Verhoging van de huurprijs bij een niet-geliberaliseerde woonruimte kan derhalve alleen plaatsvinden door eerst de huurcommissie om een uitspraak daarover te vragen, waarna vervolgens de kantonrechter gevraagd kan worden een oordeel te geven “over het punt waarover de huurcommissie om een uitspraak was verzocht”, aldus art 7:262 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4eed2d285c89d684c5a664868ef0d0605ceeb0b4aed0098f2dc93222ce5df1f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4eed2d285c89d684c5a664868ef0d0605ceeb0b4aed0098f2dc93222ce5df1f4, en de alinea staat in dat document op bytes 14232 tot 15310.