Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 juli 2012

Alinea 72 Rechtbank Amsterdam 11 juli 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 juli 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX1260.

Art. 1 EP EVRM bepaalt dat een ieder recht heeft op ongestoord genot van zijn eigendom. De bij het EVRM aangesloten Lid-staten hebben echter het recht om het gebruik van eigendom te beperken. De Nederlandse Staat heeft aldus in beginsel de vrijheid heeft om door middel van huurbeschermings- en huurprijsmaatregelen de rechten van huiseigenaars te beperken. Uit de rechtspraak van het EHRM, waaronder de uitspraken van het EVRM van 22 februari 2005 en 19 juni 2006 inzake [naam] versus [naam] (nr. 35014/97), volgt wel dat deze beperkingen in de wet moeten zijn vastgelegd, dat daarvoor een legitiem doel in het algemeen belang bestaat (“legitimate aim in the general interest”) en dat de beperkingen niet disproportioneel zijn (“fair balance”). Uit de rechtspraak volgt eveneens dat de betrokken staat een ruime afwegingsbevoegdheid heeft om te bepalen wat in het algemeen belang is en verder een ruime vrijheid heeft (“margin of appreciation”) om beperkingen te stellen aan de uit art. 1 EP EVRM voortvloeiende eigendomsbescherming. Een schending wordt niet snel aangenomen en is beperkt tot evident onredelijke of onevenredige gevallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4eed2d285c89d684c5a664868ef0d0605ceeb0b4aed0098f2dc93222ce5df1f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4eed2d285c89d684c5a664868ef0d0605ceeb0b4aed0098f2dc93222ce5df1f4, en de alinea staat in dat document op bytes 16184 tot 17348.