Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012

Alinea 54 Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 mei 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX1376.

Een pandhouder kan zijn rechten tijdens een faillissement uitoefenen alsof er geen faillissement was (artikel 57 lid 1 Fw), hij is separatist. Artikel 58 Fw strekt ertoe de curator en de boedel te beschermen tegen het talmen van de separatist. Krachtens lid 1 van dat artikel kan de curator een pandhouder dan ook een redelijke termijn stellen waarbinnen deze zijn rechten dient uit te oefenen. Indien de pandhouder deze termijn ongebruikt laat verstrijken, kan de curator de verpande goederen opeisen en de executie daarvan zelf ter hand nemen. De pandhouder houdt dan weliswaar zijn voorrang (op de opbrengst), maar hij dient dan wel mee te delen in de omslag van de algemene faillissementskosten, waardoor zijn opbrengst (veel) lager zal zijn. Aan de rechter-commissaris kan de pandhouder overigens om een termijnverlenging vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41cd53e7f7614d6c27d6e85852425ea7d05c4ce52a618145b5b0556cb69fbcbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41cd53e7f7614d6c27d6e85852425ea7d05c4ce52a618145b5b0556cb69fbcbc, en de alinea staat in dat document op bytes 11548 tot 12395.