Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 augustus 2012

Alinea 97 Rechtbank Amsterdam 20 augustus 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 augustus 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX5426.

Op basis van dezelfde motivering en bewijsmiddelen acht de rechtbank tevens het doen van valse aangifte (feit 2) bewezen. Uit het voorgaande vloeit immers voort dat de in die aangifte opgenomen passage: “Ik voelde dat [persoon 1] mij in de richting van de aankomende metro duwde. Hierop bewoog ik mij in de richting van [persoon 1] en hield hem stevig vast aan zijn transportboei dit om [persoon 1] te verhinderen dat hij mij nog meer in de richting van de metro duwde. Ik voel me ernstig bedreigd door de geuite dreiging en de gemaakte bewegingen. Ik ben erg geschrokken van dat [persoon 1] mij in de richting van de metro bracht.”, in strijd met de waarheid en vals is, en dat verdachte wist dat zij daarmee aangifte deed van een feit dat deels niet was gepleegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4571fc8e1a9d5b1a652ccf3ca61c38107369dd24e79f46553d0f36e5d94503d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4571fc8e1a9d5b1a652ccf3ca61c38107369dd24e79f46553d0f36e5d94503d8, en de alinea staat in dat document op bytes 30654 tot 31437.