Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 september 2012

Alinea 86 Rechtbank Amsterdam 14 september 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 september 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0185.

4.12. Voor zover de in beslag genomen stukken, als bedoeld onder c) en d) zien op correspondentie en telefoongesprekken of besprekingen tussen B&D en ABN Amro die na 5 augustus 2011 zijn gevoerd, overweegt de voorzieningenrechter dat onvoldoende is gesteld of gebleken dat B&D belang heeft bij deze vordering. Terecht wijst ABN Amro erop dat aangenomen mag worden dat B&D, in de periode nadat de fraude was ontdekt en zij zich aan het beraden waren op mogelijke juridische stappen tegen ABN Amro, zelf afschriften of aantekeningen van hun communicatie met ABN Amro bewaarden. Dat [E] na zijn ontslag als procuratiehouder nog in voor B&D relevante zin met ABN Amro heeft gecommuniceerd gevoerd ligt vooralsnog niet voor de hand. De vordering zal dan ook in zoverre worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c4abeaab9e83f92bf0c03fd3d7fa2cab254aaa737b405f53584161878ac0c8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c4abeaab9e83f92bf0c03fd3d7fa2cab254aaa737b405f53584161878ac0c8a, en de alinea staat in dat document op bytes 30152 tot 30962.