Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 augustus 2012

Alinea 81 Rechtbank Amsterdam 23 augustus 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 augustus 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1439.

4.2.2. RBS heeft terecht betoogd dat zijn positie als aandeelhouder van de pandgever [A] in het licht van de bepalingen van artikel 3:251 en op grond van de uitgangspunten van het rechtspersonenrecht, waarbij het privévermogen is afgescheiden van het vennootschapsvermogen en de daarmee samenhangende rechten en verplichtingen, niet kwalificeert als belanghebbende. Uit onder meer het arrest ABP-Poot (HR 2 december 1994 LJN ZC 1564) volgt immers dat indien een bepaalde gedraging (zoals in dit geval de uitwinning van de pandrechten) de rechts- of vermogenspositie van de vennootschap (Ramblas) in nadelige zin beïnvloedt, daarmee niet zonder meer tevens sprake is van een (rechtens relevante) benadeling van de individuele aandeelhouders die de aandeelhouder een eigen aanspraak geeft. Er is geen grond om op dit punt onderscheid te maken tussen het geval van een vennootschap met een groter aantal aandeelhouders en dat van een vennootschap waarvan de aandelen in handen van één of twee aandeelhouders zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6bbbd8f8fe78fdf21fe54b4142414db4d698f871e2792769cc3b01b3f1eadb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6bbbd8f8fe78fdf21fe54b4142414db4d698f871e2792769cc3b01b3f1eadb5, en de alinea staat in dat document op bytes 25600 tot 26628.