Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 september 2012
Alinea 138 Rechtbank Amsterdam 26 september 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 september 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1621.
4.9. Hierbij is van belang dat, anders dan Banning c.s. aanvoert, niet kan worden aangenomen dat de aan KIC betaalde gelden uit hoofde van pand aan de broer van [C] ten goede zouden zijn gekomen indien zij niet aan KIC zouden zijn betaald. Immers, het door Banning c.s. gestelde pandrecht is tegenover de betwisting door de curatoren onvoldoende toegelicht. Niet is toegelicht wat voor werk de broer van [C] voor Dijk en Renting concreet heeft verricht, hoeveel werk hij heeft verricht, dat en waarom dit werk in redelijke verhouding staat tot zijn gestelde vordering, hoe, wanneer en onder welke omstandigheden het pandrecht tot stand is gekomen en dat en waarom Dijk en Renting het pandrecht (gelet op hun vermogenspositie en schuldeisers) aan de broer van [C] mochten verlenen. Bij deze stand van zaken moet het ervoor worden gehouden dat de curatoren gronden hebben om het pandrecht als paulianeus te vernietigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59dbc63ca0a9029b7ba9e1b37136084e3586906080f8894987bc7d04c962e96f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59dbc63ca0a9029b7ba9e1b37136084e3586906080f8894987bc7d04c962e96f, en de alinea staat in dat document op bytes 40410 tot 41340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/59dbc63ca0a9029b7ba9e1b37136084e3586906080f8894987bc7d04c962e96f | shasum -a 256