Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 september 2012

Alinea 142 Rechtbank Amsterdam 26 september 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 september 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1621.

4.12. Tot slot kan worden opgemerkt dat het verweer van Banning, dat voor haar pas in de bespreking van 30 maart 2005 duidelijk is geworden dat Kooilust Investments een vordering van ongeveer € 5 miljoen pretendeerde te hebben op Domus en dat Domus een soortgelijke vordering pretendeerde te hebben op Dijk en Renting, ongegrond is. Zij erkent immers dat mr. [J], die destijds als advocaat in haar praktijk werkzaam is geweest, de aanvraag van surséance van betaling (ten aanzien van Kooilust Investments) heeft behandeld. Hieruit volgt dat mr. [J] al in februari 2005 wetenschap had van de vermogenspositie van Kooilust Investments, die immers bij vonnis van 23 februari 2005 na surséance in staat van faillissement is verklaard. Deze wetenschap moet worden toegerekend aan Banning omdat mr. [J] in haar praktijk werkzaam was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59dbc63ca0a9029b7ba9e1b37136084e3586906080f8894987bc7d04c962e96f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59dbc63ca0a9029b7ba9e1b37136084e3586906080f8894987bc7d04c962e96f, en de alinea staat in dat document op bytes 43299 tot 44143.