Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 november 2012
Alinea 27 Rechtbank Amsterdam 14 november 2012
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 november 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3391.
2.2. Eiseres betwist dat het programma vermijdbare uitingen in de zin van artikel 2.89, eerste lid, onder b van de Mediawet bevat. De rechtbank volgt deze stelling van eiseres niet, en overweegt daartoe het volgende. Met het (niet in negatieve zin) noemen en tonen van de naam “Sprookjesboom” of “Sprookjesboomfeest” tijdens het programma is sprake van voor het gemiddelde publiek duidelijk waarneembare uitingen, waardoor het publiek in staat is het merk “Sprookjesboom” onloochenbaar te identificeren. Aangenomen kan worden dat een deel van het publiek daardoor gunstig gestemd is ten aanzien van het merk “Sprookjesboom” en daarmee kan zijn bewogen tot de aankoop van Sprookjesboomproducten dan wel afname van Sprookjesboomdiensten. Vergelijk in dit verband de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 31 augustus 1997, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder LJN: AN5637.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dd2e8cb0ad796c9aa908c3ea5b40b781f360fc0fa786b6da1e5935358fdd992. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dd2e8cb0ad796c9aa908c3ea5b40b781f360fc0fa786b6da1e5935358fdd992, en de alinea staat in dat document op bytes 8087 tot 9035.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2dd2e8cb0ad796c9aa908c3ea5b40b781f360fc0fa786b6da1e5935358fdd992 | shasum -a 256