Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 september 2012

Alinea 46 Rechtbank Amsterdam 20 september 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 september 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3871.

De raadsman heeft ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13/401767-09 en het in de zaak met parketnummer 13/670164-10 onder 2 en 3 tenlastegelegde - als preliminair verweer - een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 eerste lid van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), nu hier sprake is van een strafzaak tegen een (destijds) minderjarige. Het betreffen drie eenvoudige winkeldiefstallen uit november 2009, waar de verdediging dienaangaande geen onderzoekswensen heeft gedaan. Sprake is van een termijn van 34 maanden, wat een overschrijding van 18 maanden is. Weliswaar is ter zitting van 20 november 2009 beslist dat ten behoeve van de afdoening van voormelde feiten een rapport door de Raad van de Kinderbescherming (hierna: de Raad) moest worden opgemaakt, maar het openbaar ministerie heeft nadien niet voortvarend gehandeld, ook niet toen verdachte nadien meerdere keren met justitie in aanraking is gekomen. Het stapelen van zaken is geen bijzondere omstandigheid in de zin dat gesproken kan worden van een verontschuldigbare termijnoverschrijding. Voor verdachte is het in ieder geval onbegrijpelijk dat hij zich nu nog moet verantwoorden voor eenvoudige zaken uit 2009.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dc1676a4d0267f66557ce2e3b2639394705b828eddc37d7175d7bb41ce3b43f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dc1676a4d0267f66557ce2e3b2639394705b828eddc37d7175d7bb41ce3b43f, en de alinea staat in dat document op bytes 11308 tot 12695.