Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 september 2012

Alinea 95 Rechtbank Amsterdam 20 september 2012

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 september 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3871.

De rechtbank erkent dat in de eerste verklaring van aangeefster niet staat vermeld dat dader 1 een voor haar bekend persoon is. Er staat slechts dat zij dader 1 bij weerzien kan herkennen. Dit betekent echter niet dat het nader aanduiden van dader 1 in haar tweede verklaring van generlei waarde is. Er staat immers niet dat zij dader 1 niet kent. Voorts stelt de rechtbank vast dat de moeder van aangeefster heeft verklaard dat haar dochter op 14 februari huilend thuis kwam en dat zij haar vertelde dat zij beroofd was. Nadat zij die dag samen aangifte hadden gedaan, kwamen zij onderweg onder meer [D], [X] en [F] tegen. Aangeefster zei toen tegen haar moeder dat [D] en [X] degene waren die haar met geweld hadden beroofd.vi

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dc1676a4d0267f66557ce2e3b2639394705b828eddc37d7175d7bb41ce3b43f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dc1676a4d0267f66557ce2e3b2639394705b828eddc37d7175d7bb41ce3b43f, en de alinea staat in dat document op bytes 26987 tot 27728.