Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 juni 2013
Onder 3.4.5. Rechtbank Amsterdam 26 juni 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:3807.
Tenslotte heeft verweerder gesteld dat van de totale vertragingsperiode een deel (negen maanden) is toe te rekenen aan eiseres zelf. Gedurende die periode is op eigen verzoek van eiseres het nemen van een besluit op de vergunningaanvraag aangehouden. De rechtbank overweegt dat, zoals hiervoor in rechtsoverweging 3.1.8 is overwogen, er vanuit moet worden gegaan dat eiseres een nieuwe aanvraag had moeten indienen, waarop verweerder binnen 18 weken had moeten beslissen. Indien verweerder niet binnen die termijn zou hebben beslist, zou een bouwvergunning van rechtswege zijn ontstaan. Ook dit vormt daarom geen aanleiding voor beperking van de periode waarover vertragingsschade is geleden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ff4a5333bff35e5431e035f802fe76fd078b4630bd0e68d172437406fa3653f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ff4a5333bff35e5431e035f802fe76fd078b4630bd0e68d172437406fa3653f, en de alinea staat in dat document op bytes 31930 tot 32635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ff4a5333bff35e5431e035f802fe76fd078b4630bd0e68d172437406fa3653f | shasum -a 256