Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 juli 2013

Onder 4. Rechtbank Amsterdam 1 juli 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 juli 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6257.

Onbetwist is dat C4C bedrijfsmatig medewerkers aan derden ter beschikking stelt om in de onderneming van de opdrachtgever werkzaamheden te verrichten. Ook is niet in geschil dat daarmee tenminste 50% van het totale premieplichtige loon gemoeid is. Echter, anders dan StiPP betoogt, is daarmee de aansluiting van C4C bij haar bedrijfstakpensioenfonds nog niet gegeven. De stelling van StiPP (zoals verwoord bij brief van 21 februari 2011, prod 1 bij dagvaarding) dat onder het begrip werkgever in de zin van artikel 7:690 BW vallen alle ondernemingen die middels detachering, payroll en andere vormen arbeid ter beschikking stellen aan derden (m.a.w. alle zogenoemde driekhoeksrelaties), wordt in zijn algemeenheid niet gevolgd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65e4b8a7b3f431474130e3bd56297e1a65fb39505a6949f9801ea6daad6e3536. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65e4b8a7b3f431474130e3bd56297e1a65fb39505a6949f9801ea6daad6e3536, en de alinea staat in dat document op bytes 12173 tot 12914.