Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 april 2013

Onder 4.6. Rechtbank Amsterdam 10 april 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 april 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:7104.

Al het voorgaande leidt tot de slotsom dat de subsidiaire vordering toewijsbaar is. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de door eiser als gevolg van de hiervoor onder 4.5.4 genoemde tekortkoming van ABN Amro geleden schade reeds thans in deze procedure begroot moet kunnen worden. De rechtbank zal de zaak daarom naar de rol verwijzen opdat eiser zich met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen bij akte zal kunnen uitlaten over de aard en omvang van de door hem geleden schade en de daartegen door ABN Amro opgeworpen verweren aangaande omvang van de schade, causaal verband en eigen schuld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ecbe8ca0365bdd35c6f883737d007b44065d82988425940c09223a7e3a4bfc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ecbe8ca0365bdd35c6f883737d007b44065d82988425940c09223a7e3a4bfc9, en de alinea staat in dat document op bytes 48997 tot 49615.