Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 november 2013
Onder 2 Rechtbank Amsterdam 19 november 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 november 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:8587.
Eén van de uitgangspunten van het jeugdstrafrecht is dat minderjarigen zich nog niet volledig hebben ontwikkeld en dat zij om die reden niet dezelfde verantwoordelijkheid dragen als volwassenen. Doel van het jeugdstrafrecht is om achterstand of scheefgroei in de ontwikkeling, zich uitend in strafbaar gedrag, om te buigen. Het jeugdstrafrecht heeft daarom een sterk pedagogisch karakter, en is daarom veel minder gericht op alleen maar straffen dan het ‘gewone’ strafrecht. Dit pedagogisch karakter van het jeugdstrafrecht maakt dat de strafrechtelijke reactie snel, doeltreffend en op maat moet zijn. Naarmate die reactie langer op zich laat wachten, wordt het pedagogische effect minder, nihil en kan uiteindelijk zelfs averechts werken. Het openbaar ministerie dient bij de inrichting van haar processen met het voorgaande rekening te houden. De rechtbank brengt hierbij in herinnering dat het openbaar ministerie zich ook heeft gecommitteerd aan de zogenoemde Kalsbeeknormen. Tussen het eerste verhoor van de minderjarige verdachte en de beslissing van de kinderrechter dient in beginsel een periode van maximaal 6 maanden te liggen (Aanwijzing effectieve afdoening strafzaken jeugdigen, geldend van 8 september 2012 tot 30 juni 2015, wetten.overheid.nl).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77b126ffe0a8767a5a29637cfd9641364ffa4c3eef29ba6dcd6a8dff172a6b73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77b126ffe0a8767a5a29637cfd9641364ffa4c3eef29ba6dcd6a8dff172a6b73, en de alinea staat in dat document op bytes 26226 tot 27505.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77b126ffe0a8767a5a29637cfd9641364ffa4c3eef29ba6dcd6a8dff172a6b73 | shasum -a 256