Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 november 2013

Onder 20.1 Rechtbank Amsterdam 19 november 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 november 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:8587.

De rechtbank merkt voorts nog op dat zij begrijpt dat de beslissing om het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren door de benadeelde partij [slachtoffer 6] (ten aanzien van feit 3 op de tenlastelegging) als onaangenaam zal worden ervaren, nu de consequentie hiervan is dat de vordering van de benadeelde partij niet ontvankelijk wordt verklaard. Dit maakt het voorgaande oordeel evenwel niet anders. Het indienen van de vordering had voor het OM juist een extra aanleiding moeten zijn om de zaak voortvarend op te pakken, doch dit is niet gebeurd. De benadeelde partij kan de vordering bij de civiele rechter aanbrengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77b126ffe0a8767a5a29637cfd9641364ffa4c3eef29ba6dcd6a8dff172a6b73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77b126ffe0a8767a5a29637cfd9641364ffa4c3eef29ba6dcd6a8dff172a6b73, en de alinea staat in dat document op bytes 42136 tot 42783.