Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 december 2013
Onder 4.5. Rechtbank Amsterdam 11 december 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:8890.
Daarbij komt dat CIA een vordering had ingediend. CIA heeft uit de overeenkomst redelijkerwijs mogen begrijpen dat de boete van artikel 17 niet verschuldigd zou zijn indien een dergelijke vordering zou worden ingediend. Immers, doordat de vordering is ingediend, is CIA, toen zij niet betaalde, niet in gebreke gebleven met de nakoming van het bepaalde in artikel 2 van de overeenkomst: in artikel 2.4 staat dat CIA mag opschorten indien zij een vordering indient. Verder is in de overeenkomst niet (voldoende kenbaar) geregeld dat de boete wordt verbeurd indien na het einde van de bevoegdheid tot opschorting te laat wordt betaald. In artikel 2 staat immers niets over het tijdstip van betaling na het einde van een bevoegdheid tot opschorting. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan dan ook niet worden gezegd dat CIA, indien zij na het einde van een bevoegdheid tot opschorting te laat betaalt, daarmee in gebreke blijft met de nakoming van het bepaalde in artikel 2 en daarom de boete verbeurt. Heredium heeft onder deze omstandigheden redelijkerwijs niet uit de overeenkomst mogen afleiden dat zij, toen betaling na het einde van de bevoegdheid tot opschorting uitbleef, recht had op de boete. De boete is niet verschuldigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3db07c4ae38570f6a863c06a5b6f2ec2f9e8c88ed67bf4d612fe70084653ce71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3db07c4ae38570f6a863c06a5b6f2ec2f9e8c88ed67bf4d612fe70084653ce71, en de alinea staat in dat document op bytes 45955 tot 47205.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3db07c4ae38570f6a863c06a5b6f2ec2f9e8c88ed67bf4d612fe70084653ce71 | shasum -a 256