Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 131 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

Het openbaar ministerie heeft hier tegenover gesteld dat het op al deze punten rechtmatig gebruik heeft gemaakt van het opportuniteitsbeginsel. Om die reden zal de rechtbank vóórdat zij overgaat tot bespreking van de door de verdediging benoemde punten, eerst stilstaan bij de vraag in hoeverre het openbaar ministerie bij de toenmalige (zijnde ook de huidige) stand van het recht ruimte had om ten opzichte van een getuige met wie een overeenkomst ex art. 226g Sv wordt overwogen, het opportuniteitsbeginsel toe te passen. In het geval van [medeverdachte 8] is in het bijzonder van belang of het openbaar ministerie bevoegd is om naast de toezegging als bedoeld in artikel 226g Sv geheel of gedeeltelijk af te zien van een ontnemingsvordering. Met betrekking tot die vraag overweegt de rechtbank als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 44550 tot 45372.