Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 141 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

Binnen de Tweede Kamer is in september 2004 uitvoerig gedebatteerd over dit standpunt van de minister. Enkele fracties verzetten zich met klem tegen een bevoegdheid voor het openbaar ministerie om op basis van bestaande bevoegdheden meer toezeggingen te kunnen doen aan criminele getuigen; andere fracties stonden hier meer welwillend tegenover of lieten hun standpunt afhangen van nader door de minister te verstrekken informatie. Wel was de Tweede Kamer van mening dat er zo spoedig mogelijk een formeelwettelijke grondslag zou moeten komen voor het fenomeen overeenkomst met een kroongetuige. Voor ingrijpende aanpassingen in het wetsvoorstel was op korte termijn geen meerderheid te vinden. Besloten werd dat de behandeling in de Eerste Kamer van het aanhangige wetsvoorstel (met één hier niet ter zake doende aanpassing) kon worden voortgezet. De vraag of verruiming van de mogelijkheden van het openbaar ministerie wenselijk was en of hiervoor een formeel-wettelijke basis nodig was, zou nog nader worden besproken.vii

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 49711 tot 50751.