Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 144 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
In de Eerste Kamer namen diverse fracties in eerste instantie het standpunt in dat het OM, om zijn bestaande bevoegdheden te kunnen inzetten om met een getuige tot overeenstemming te komen, in alle gevallen een uitdrukkelijke basis in de wet zou moeten hebben. Bij brief van 18 maart 2005 gaf de minister echter als zijn visie te kennen dat aard noch bevoegdheidsregeling zich ertegen verzetten dat deze bevoegdheden mede dienstbaar werden gemaakt aan een afspraak om een getuigenverklaring af te leggen.ix
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 52163 tot 52682.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256