Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 149 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

De uiteindelijk tot stand gebrachte wettelijke regeling luidt voor zover hier van belang als volgt. Op grond van artikel 226g Sv kan het openbaar ministerie een afspraak maken met een verdachte om een getuigenverklaring af te leggen in ruil voor de toezegging dat bij de vervolging van zijn eigen strafzaak strafvermindering zal worden gevorderd. De overeenkomst met de getuige bevat een omschrijving van de feiten waarvoor de getuige zal worden vervolgd en de inhoud van de toezegging van de officier van justitie. De overeenkomst heeft uitsluitend betrekking op strafvermindering. Op grond van artikel 44a Sr kan de door de rechter vast te stellen strafvermindering in geval van een onvoorwaardelijke tijdelijke vrijheidsstraf bestaan uit maximaal de helft van de straf die hij overwoog op te leggen. De overeenkomst treedt pas in werking nadat de rechter-commissaris de rechtmatigheid daarvan heeft vastgesteld (art. 226h, derde lid, Sv). De rechter-commissaris toetst onder andere of er een dringende noodzaak is om de verklaring van de verdachte te verkrijgen, en wat het belang is van het verkrijgen van de af te leggen verklaring. Het oordeel van de rechter-commissaris is niet bindend voor de zittingsrechter, aan wie het uiteindelijke oordeel over de rechtmatigheid van de overeenkomst is voorbehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 55296 tot 56620.