Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 186 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

De verdediging heeft gesteld dat de hoedanigheid van zelfmelder al is verwerkt in de halvering van de strafeis en niet ook nog mag meetellen bij de vaststelling van de basisstrafeis. De rechtbank kan de verdediging hierin niet volgen. De regel dat de strafeis voor een kroongetuige met ten hoogste de helft mag worden verminderd heeft ook betrekking op de verdachte die, nadat hij is aangehouden, probeert zijn procespositie te verbeteren door een overeenkomst te sluiten tot het afleggen van verklaringen tegen andere personen. De rechtbank ziet geen enkele reden waarom in het voordeel van een kroongetuige die nog geen verdachte was, niet zou mogen meewegen dat hij zichzelf heeft gemeld. Dit is immers een omstandigheid die bij de bepaling van de strafeis jegens andere verdachten ook pleegt te worden meegewogen. Dat [medeverdachte 8] mogelijk ook is gaan verklaren uit angst dat hij op enig moment toch verdacht zou worden van betrokkenheid bij de moord op [persoon 4] maakt niet dat het openbaar ministerie aan het feit dat [medeverdachte 8] zichzelf heeft gemeld terwijl hij nog geen verdachte was, geen betekenis had mogen hechten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 75255 tot 76408.