Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 224 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
De rechtbank dient zich in de onderhavige procedure op de voet van artikel 359a Sv een oordeel te vormen over de vraag of bij het voorbereidend onderzoek onherstelbare vormverzuimen hebben plaatsgevonden, welke één van de in artikel 359a Sv voorziene rechtsgevolgen tot gevolg zouden moeten of kunnen hebben. Dit oordeel omvat mede een stellingname over de vraag of de verklaringen van [medeverdachte 8] op rechtmatige wijze zijn verkregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 92427 tot 92882.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256