Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 233 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

In de derde plaats is er, gelet op de, ook door de regelgever reeds onderkende, onvermijdelijke wisselwerking tussen de bereidheid van een criminele getuige tot het afleggen van verklaringen en de uit haar zorgplicht voortvloeiende daadwerkelijke bereidheid van de overheid, getuigenbeschermingsmaatregelen te treffen, naar het oordeel van de rechtbank niet noodzakelijkerwijze sprake van een onrechtmatige situatie als de onderhandelingen over een OM-deal en de onderhandelingen over getuigenbeschermingsmaatregelen synchroon lopen. Ook heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat het binnen de grenzen van een rechtmatige wetstoepassing niet mogelijk is dat een (CIE-)officier van justitie, die een belangrijke rol speelt bij de onderhandelingen over een OM-deal, tevens een bemiddelende rol vervult bij de onderhandelingen over getuigenbescherming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 98508 tot 99401.