Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 264 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
De verdediging heeft opgeworpen dat de invrijheidstelling van [medeverdachte 8] zonder rechterlijke tussenkomst erop wijst dat hem is toegezegd dat hij zonder voorafgaand rechterlijk oordeel in vrijheid zou worden gesteld. Voor zover er geen sprake zou zijn van een toezegging, dient de eigenmachtige invrijheidstelling van [medeverdachte 8] zonder rechterlijke tussenkomst, waardoor het vigerende besluit gevangenhouding niet langer ten uitvoer werd gelegd, bij te dragen aan de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 117346 tot 117889.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256