Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 283 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

Uit deze stukken en het verhoor nadien van de betrokken CIE-officier van justitie is naar voren gekomen dat [medeverdachte 8] tijdens het afleggen van de kluisverklaringen én genoemde dealbespreking van 22 november 2006 had verklaard over betrokkenheid van [persoon 12] als opdrachtgever bij twee dealfeiten, te weten de liquidaties op [persoon 1] en [persoon 4]. Omdat [medeverdachte 8] niet bereid was over [persoon 12] een getuigenverklaring af te leggen en de door [medeverdachte 8] daartoe aangegeven veiligheidsrisico's op dat moment als reëel werden beoordeeld is, na een belangenafweging, er voor gekozen de OM-deal met [medeverdachte 8] aan te gaan onder de afspraak dat hij krachtens die deal niet gehouden zou zijn als getuige over betrokkenheid van [persoon 12] bij Passageliquidaties te verklaren.xvi

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 126582 tot 127410.