Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 292 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
Wat betreft de gang van zaken rondom de weglatingsafspraak heeft de verdediging gesteld dat dit een vormverzuim oplevert dat op zichzelf beschouwd al tot de algehele niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in alle zaken voor alle verdachten moet leiden. Subsidiair is een partiële niet-ontvankelijkheid bepleit, dat wil zeggen alleen in de zaken [persoon 1], [persoon 4] en de criminele organisatie, met uitsluiting van al het bewijs aangaande de overigens ten laste gelegde feiten, zijnde vruchten uit opsporing en vervolging uit een onrechtmatige deal. Daar is aan toegevoegd dat in ieder geval de verklaringen van [medeverdachte 8] voortkomende uit de weglatingsafspraak in alle zaken, dan wel alleen in de zaken [persoon 1], [persoon 4] en de criminele organisatie, van het bewijs moeten worden uitgesloten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 131244 tot 132080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256