Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 294 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

Het openbaar ministerie is ernstig tekortgeschoten in de verplichting al hetgeen dat is gebeurd in aanloop tot en rondom de kroongetuige en de OM-deal en dat verband houdt met dealfeiten of dealverdachten, inzichtelijk te maken. Dit vereiste volgt vooral uit de wetsartikelen 152 Sv (de algemene verbaliseringsplicht) en 226h lid 4 Sv (a contrario geïnterpreteerd), evenals uit de Aanwijzing toezeggingen getuigen (punt 7:3, 3e gedachtestreep). Een zinvolle toets van de afspraak door verdediging en zittingsrechter is zonder die inzichtelijkheid ook niet denkbaar. De kluisverklaringen zijn in dit verband als normale processen-verbaal te beschouwen. Het openbaar ministerie valt met name te verwijten dat het niet alle voor de waarheidsvinding relevante uitlatingen van [medeverdachte 8] uit die voorfase van oriënterende gesprekken, dealbesprekingen en kluisverhoren - over [persoon 12], maar ook anderszins Passagerelevante opmerkingen - heeft ingebracht. Door het achterhouden van de [persoon 12]-informatie is aan de waarheidsvinding onherstelbare schade toegebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 132195 tot 133285.