Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 295 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

Dit achterhouden was het gevolg van de weglatingsafspraak, welke afspraak op zichzelf al onrechtmatig was. Daarmee werd immers in strijd met de wet (vooral de artikelen 215 en 290 Sv), de (totstandkominggeschiedenis van de) Aanwijzing toezeggingen getuigen (punt 6 en advies werkgroep Plooy), de letterlijke tekst van de onderhavige overeenkomst (artikelen 1.1, 1.2 en 1.3) en de jurisprudentie (Juliët-zaakxx) voor lief genomen dat de kroongetuige op een belangrijk onderdeel van een aantal ten laste gelegde dealfeiten, het opdrachtgeverschap van liquidaties, een onvolledige en daardoor onjuiste verklaring zou afleggen en zelfs meineed zou plegen. Het openbaar ministerie heeft daarbij tevergeefs een beroep gedaan op noodtoestand (dat de OM-deal noodzakelijk was om toekomstige liquidaties te voorkomen). Er waren immers diverse alternatieven voorhanden, de andere vermeende opdrachtgever, [persoon 12], werd niet vervolgd en bovendien was de grote angst die [medeverdachte 8] beweerde te hebben voor [persoon 12] ongeloofwaardig en werd zonder slag of stoot aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 133305 tot 134393.