Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 320 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

De rechtbank constateert dat in de kern het debat tussen partijen zich concentreert rondom de vraag wat de mate van transparantie moet zijn die het openbaar ministerie heeft te betrachten over een kroongetuige(deal) in verband met de fase voorafgaand aan de totstandkoming van de OM-deal. Daarmee hangt samen de vraag of alle gesprekken en alle zaaksrelevante uitlatingen van de kroongetuige uit die voorfase kenbaar moeten zijn gemaakt in het procesdossier. En spiegelbeeld daarvan is de vraag of, en zo ja in hoeverre, bepaalde informatie door het openbaar ministerie kan worden onthouden aan verdediging en zittingsrechter. Meer specifiek gaat het om de vraag naar de juridische status van kluisverklaringen en andere stukken uit die voorfase en hoe de weglatingsafspraak binnen dit geheel moet worden geduid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 145370 tot 146195.